Develi en Kayseri
Develi & Kayseri
In Develi wonen 2 broers en een zusje van mijn tante Emine: Ali, Esef en Fatma. Ali is voor onze docu interessant. Hij was namelijk de oudste thuis en naar ik hoor vroeger een strenge broer die de lakens uitdeelde thuis. Ik kan me niet herinneren hem ooit te hebben ontmoet maar iedereen die over hem spreekt noemt hem ‘despot’ wat neerkomt op dominant. Dat maakt me nog benieuwder naar hem. Ik hoop dat hij fit is en een verteller. Ik kan een goede verteller wel gebruiken in de hoofdstuk ‘lente’ in de film. Deze broer woont normaliter de grootste gedeelte van het jaar in Istanbul samen met zijn vrouw Melek. Maar zijn Melek is al jarenlang ziek en ik heb begrepen dat ze dit jaar eerder naar develi zijn gegaan omdat zij hier naar het ziekenhuis moest.
We rijden Develi binnen en willen eerst even ergens eten voor we gaan zoeken naar het adres van Ali amca. Develi staat blijkbaar bekend om een gerecht dat ‘CIVIKLI’ heet wat iets betekent als klef of drapperig. Het klinkt als iets slaps, iets vies. Het blijkt een soort Turkse pizza met stukjes vlees, niet klefs aan eigenlijk. Toch neem ik er een met kaas.
We rijden naar de wijk waar Ali amca zou moeten wonen. We stoppen bij een groenteboer die we vragen naar ‘Bekci Ali’, dus ‘Opzichter Ali’. Hij wijst ons de weg. Echt grappig (en handig) dat dat zo werkt in Turkije. Als je in de buurt bent kan je vragen naar iemand aan de hand van een bijnaam en mensen weten de weg. De bijnaam is belangrijker dan de achternaam. Stel je voor dat je in Utrecht in de wijk Witte Vrouwen vraagt naar ‘…. Gülsah’ (Vul zelf maar in! Wees aardig…) en mensen je de weg wijzen naar mijn huis. Onvoorstelbaar in deze tijd toch? We belanden na de aanwijzingen van de groenteboer in een gettowijk. We vragen nog eens naar ‘Opzichter Ali’. ‘O je bedoelt Koerd Ali’, roept een man met Kayseri accent (‘seng Kürt Ali’yi diyong!) en wijst ons de weg. Overal om ons heen armoedige vervallen huisjes. Dan middenin de getto tussen vuilnis en krotten een klein stukje groen met daarin een prachtig wit paard. Ik moet echt in mijn ogen wrijven omdat ik het niet geloof. Het lijkt een sprookje. Ik vraag of mijn oom en oma het ook zien. We rijden verder maar dat beeld blijft de hele dag bij me…

Als we aankomen bij het huis van Ali amca zie ik een bekend gezicht aan de kant van de weg zitten. Ik zeg dat ik iemand zie zitten die op mijn neef Mahsuni lijkt, de zoon van mijn oom Cemal en tante Emine. Het blijkt Esef amca, de jongere broer van mijn tante en het zorgenkindje in hun gezin. Ik herinner hem mij goed, ik was zo’n 14 toen ik hem voor het laatst zag. Hij is gehandicapt aan een arm en heeft soms waanideeën. Hij is net als mijn tante niet grijs maar sneeuwwit! Zo’n bekend gezicht onder zijn witte haar! Het streelt zijn ego dat ik hem herken, zijn ogen fonkelen van blijdschap. Hij gaat met ons mee naar het huis van zijn broer, ze blijken buren van elkaar. Niemand thuis. Hij heeft ze al een paar dagen niet gezien zegt hij.
In Develi woont ook Fatma, het veel jongere zusje van mijn tante. Ze is blijkbaar een echte nakomertje want wel 25 jaar jonger dan mijn tante. Bij Esef amca thuis bellen we haar en ik krijg haar aan de lijn. Als ik zeg dat ik de dochter van Mürset en Sahverdi ben vraagt ze of ik Gülsen of Gülsah ben. Dat ze onze namen weet verrast me echt. Ze vertelt dat ze me voor het laatst zag toen ik een heel klein meisje was en bij mijn oma woonde. Ik moet dus 2 of 3 zijn geweest. Esef amca stapt bij ons in de auto en wijst de weg. Het is aan de andere kant van de stad.
We worden allerhartelijkst ontvangen door Fatma abla, haar man en haar dochter. Haar zoon komt later ook. Ze gaan binnenkort verhuizen en hun spullen zijn daarom voor de helft ingepakt. Die nacht slapen we daar in bedden die fris voor ons worden opgemaakt, op slaapbanken in de woonkamer waar zij normaal slapen. Zij vinden wel een ander plekje zeggen ze en dulden geen tegenspraak. De volgende ochtend hoor ik dat Fatma abla niet veel herinneringen heeft aan haar zus omdat ze zoveel in leeftijd schelen. Wel kan ze me vertellen dat mijn tante haar 5 a 6 jaar geleden vertelde dat ze aan mijn oom Cemal was uitgehuwelijkt, haar was niets gevraagd toen het antwoord JA was op Cemal’s voorstel.
Toen mijn oom en tante enkele jaren geleden hier op bezoek waren liepen ze hand in hand door de wijk, iets wat Fatma abla zelf nooit zou kunnen doen zegt ze. Omdat mensen hier zo conservatief zijn, dan wordt er geroddeld. Maar mijn oom en tante trokken zich daar niets van aan lacht ze.
We rijden weer naar Ali amca’s huis maar nog steeds geen teken van leven. Fatma abla blijkt geen contact met hem te hebben. Ook een andere broer in Kayseri heeft Ali al lang niet gesproken. Er speelt hier van alles onderling… Ik laat een briefje achter op de deur. We rijden naar Kayseri, de stad waar de andere broer Ismail woont. Een man met golvend sneeuwwit haar doet open. Ik zou mijn tante’s broers en zussen waar dan ook aan hun volle bos spierwit haar kunnen herkennen. En aan dezelfde lieve ogen…
We blijven 2 nachten slapen bij deze Ismail amca, zijn grappige vrouw en zijn dochter en zoon. Zijn dochter en ik hebben een klik, kletsen urenlang en wisselen cadeautjes uit als aandenken. Ook Ismail amca kan niet heel veel vertellen over mijn tante omdat ook hij een stuk jonger is. Hij weet wel bijvoorbeeld hoe mijn oom hem eens iets wijsmaakte zodat hij eventjes alleen kon zijn met Emine om haar snel te vragen of ze hem wel wilde. Toen was ze al aan hem beloofd door haar vader. Blijkbaar wilde mijn oom wel graag weten of ze hem zag zitten.
We blijven 2 nachten omdat we tegelijkertijd ook nog steeds zoeken naar broer Ali, de oudste broer van mijn tante waar blijkbaar bijna niemand nog contact mee heeft. Het ziekenhuis in Develi blijken ze niet te zijn. Via een dochter in Duitsland komen we aan een gsmnummer. En eindelijk hebben we hem te pakken. Hij blijkt dagelijks in een ziekenhuis in Kayseri bij zijn vrouw. We maken een afspraak om ze daar te bezoeken de volgende ochtend. Dan blijken ze ook daar niet meer te zijn. Als we bellen vertelt hij dat ze die ochtend weer zijn overgeplaatst naar een ander ziekenhuis. Pfffff… wat moet dat zwaar voor ze zijn. Je wil niet weten hoe walgelijk de omstandigheden hier zijn in ziekenhuizen als je geen geld hebt. Hij vraagt ons de volgende dag thuis te komen omdat ze het weekend wordt ontslagen.
Thuis treffen we een oude slanke lange man met sneeuwwit haar en een zieke vrouw op bed met sjaals om haar hoofd geknoopt op (denk ik) Koerdische manier. Zij praat en klaagt en steunt over alle ziektes die ze heeft. Ik had nooit eerder gehoord van de ziekte Brusella, iets wat je krijgt van een bacterie in jonge witte kaas. Maar ze heeft nog tig andere kwalen. Voor een –al 30 jaar- zo zieke vrouw kijkt ze bijzonder kwiek uit haar ogen. En ze praat heel graag. Over hoe teleurgesteld ze is in haar kinderen die zelden op bezoek komen, over hoe haar jongste zoon verliefd is geworden op een slecht meisje, over dat ze hem niet meer wil kennen als zoon als hij zijn plannen haar te huwen doorzet, over hoe ondankbaar haar kinderen zijn en dat het misschien beter is als ze doodgaat en ze niemand meer tot last is. Haar klaagzang gaat nog lang door.
Tot mijn oom zegt dat hij de stad in moet om wat dingen te regelen en mijn oma meeneemt. Ik bedank hem met een blik. Hij wil mij duidelijk alleen laten met Ali amca en zijn vrouw zodat ik mijn werk kan doen en niet alle aandacht naar hem en mijn oma gaan.
Ali amca vraagt vrij snel of ik meega naar de tuin. Fijn, even alleen met hem. We gaan zitten in de schaduw tussen de walnootbomen, de fruitbomen en de bonenstekjes. Ik vertel hem over mijn film. Hij luistert niet goed maar steekt meteen van wal. Hij begint te praten en houdt niet meer op. Over hun armoedige situatie in het dorp, over het moeilijke leven vroeger, over ene Ali Yanik die wees was in het dorp en zoveel narigheid meemaakte, over van alles en nog wat. Hij loopt echt leeg lijkt wel. Om de 5 minuten trilt zijn kin en veegt hij wat tranen weg. Het verleden ontroerd hem zeer. Ik stel bijna geen vragen omdat ik doorheb dat het er allemaal uit moet, dat hij gewoon MOET praten. Zo praat hij wel 2 uur lang en luister ik naar zijn verhalen. Ze gaan bijna niet over mijn oom en tante maar zijn wel boeiend en zeggen veel over het leven vroeger in het dorp. En dus indirect ook veel over mijn oom en tante.
Als mijn oma en oom terug zijn gekomen blijkt binnen een grote pan met aardappels te zijn gekookt. Iemand moet ze pellen en met uitjes en tomatenpuree opbakken. Ik stroop mijn mouwen op. Ali amca zegt: ‘laat je oma dat doen, kom wij gaan de tuin wateren’. Ik kijk mijn oma lief aan en ga met hem mee. Arme oma. Terwijl de slang de tuin besproeit zit ik met hem op een krukje. Hij vertelt veel en uitgebreid. En mooi. Ik besluit hem niet veel te vragen en mijn vragen te bewaren voor de opnames. Wel hoor ik dat het zijn vader was die Emine aan mijn oom gaf. Hijzelf vond buurman Haydar meer geschikt. Maar zijn vader was dol op mijn oma, Cemal’s moeder. Daarom gaf hij Emine aan Cemal. Ook vertelt hij dat hij als oudste broer heel streng was en met de scepter zwaaide thuis. Wie niet luisterde kreeg klappen. Hij stond in het dorp bekend als een sterke man met wie je niet moest dollen. Zo moest je wel zijn om te overleven zegt hij.
Hij praat echt lang en veel anekdotes emotioneren hem. Deze man die al 30 jaar lang voor zijn vrouw zorgt en geen contact heeft met zijn broers en zussen in Turkije is duidelijk zo vereenzaamd dat hij honger heeft naar vertellen. Omdat hij zo vaak het huilen moet inslikken zegt hij dat hij niet mee wil doen aan latere opnames. Huilen voor de camera wil hij niet zegt hij. Ik vertel hem hoe hard ik hem nodig heb omdat de anderen van zijn generatie of zijn overleden of de herinneringen zijn verloren. Dan stemt hij na enige twijfel in. Ik hoop echt dat hij bij zijn besluit blijft en dat het goed genoeg blijft gaan met zijn vrouw. Ik hoor via via dat hij en zijn vrouw een echte Love Story hebben. Hem kan ik vragen over zijn zus maar hij is blijkbaar ook 'the man' als het gaat om Echte Liefde! Ik ben heel benieuwd. Niets leukers dan met zijn generatie over Liefde te praten.
Ik vraag of we weer langs het sprookjesachtige witte paard kunnen rijden die we 2 dagen eerder zagen. Ik moet zien of het echt was. Het sneeuwwitte paard staat er, middenin in de stad, middenin de armoe. Echt zo prachtig en bevreemdend tegelijk. Dit shot moet ergens op het einde van de film fluister ik tegen mezelf. Dit mag ik niet aan het toeval overlaten dus ik vraag mijn oom rond te vragen. Al ben ik ook bang dat het navragen het sprookje zal bederven, of zoiets. Mijn oom vraagt na aan wat mannen op straat en hoort dat het paard daar altijd staat en dat de eigenaar het zeker goed zal vinden als we het willen filmen. Ik ben gerustgesteld.
รrgรผp
Mijn oom en oma hebben mij op mijn verzoek gedropt in een hotel in Ürgüp Kapadokya. Ik wil zo graag even alleen zijn; nadenken over iedereen die ik heb ontmoet, alles op een rijtje zetten, heel lang stom voor me uit staren, nog veel langer douchen (en de geitenlucht van me afschrobben) en even 3 daagjes met niemand rekening houden. Ik had ook kunnen logeren bij de schoonouders van mijn oom die hier om de hoek wonen en mij een kamer willen geven. Maar ik wil eventjes helemaal niemand kennen.Gek is dat...
Zij gaan terug naar Adana. Als de filmdagen naderen zullen we elkaar weer ontmoeten. Mijn oma tenminste, mijn oom kan niet nog eens vrij krijgen. Ik ga de 4e 's avonds alleen terug naar het dorp Alayli. Daar zijn namelijk de jaarlijkse 'mezarlik törenleri' - ceremonies van Alevieten die eens per jaar samen komen om de graven te maken van de in dat jaar overleden mensen. Bijna elk dorp waar ik ben geweest heeft die ceremonie een dezer dagen. Ik ben benieuwd hoe dat is. Omdat Hanim teyze (de mussaib van mijn oom en tante) haar man is verloren dit jaar ga ik naar de ceremonie van Alayli. Omdat iknieuwsgierigben en omdat het goed is om elkaar beter te leren kennen voor het filmen. Ik voel dat het goed zou zijn als ik daar meer ben...
Ik slaap in Kapadokya Palace wat minder een Palace is dan de naam suggereert en ik ga er elke dag op uit mijn mijn laptop om ergens te schrijven. Ik voel een enorme vrijheid. Zo wil ik leven. Onder de mensen zijn, verhalen aanhoren, met hen leven om het ook echt te proeven en me dan af en toe eventjes terugtrekken... De tijd vliegt. Morgen de laatste dag en nacht hier. Man wat is het hier prachtig. Al geniet ik immens van het even alleen zijn (na 2 weken familie en kennissen en logeren bij mensen en leven uit een koffer) soms baal ik dat ik al dat adembenemend moois niet even kan delen met iemand. Het lijkt hier alsof je een andere tijd bent binnen gestapt. Het lijkt een grote filmdecor. De bergen met uitgeholde oude huisjes waar nu nog steeds mensen wonen, de enorme villa's die vergane glorie uitstralen, het is hier zo ontzettend mooi!
Ik wandel vanavond het centrum uit omdat ik wil eten in een restaurant met blijkbaar adembenemend uitzicht. Ik kom langs oude huisjes. Kinderen spelen in lege grotachtige woningen. Vrouwen zitten voor de deur foeilelijke netachtige sjaals te knopen. Dan loop ik langs ASMALI KONAK, een oude grote villa wat ooit decoreerde in een bekende Turkse serie dat ook werd uitgezonden door de NPS. Balen dat mijn zus er niet bij is. Het is van buiten net zo groot en mooi als op tv. Een man vraagt of ik naar binnen wil. Ik zeg dat ik morgen kom. Maar ik wil er dan ook eten en ik heb gehoord dat dat alleen voor groepen mogelijk is. Hij zegt dat als ik om 12uur kom, ik kan aansluiten bij een groep die daar gaat lunchen. Daar gaat hij voor zorgen. Leuk vooruitzicht!!!
En nu zit ik al uren op het dakterras van restaurant Dimrit (check it out op internet!) en geniet van het weer, het uitzicht, de cacik en kagitta pastirma en sarma en natuurlijk een glas Raki. En wireless internet!!! :-)
Derebasi
DEREBASI
De volgende ochtend gaat mijn oma toch mee naar Gomme maar blijft achter in het dorpje bij de vrouwen terwijl ik lopend met Dursun amca de bergen verder intrek naar het eigenlijke dorp waar alles begon: Derebasi. Hier is bijna de gehele 1ste generatie uit mijn familie geboren (vaders en moeders kant).
Dursun amca’s vrouw is vroeg opgestaan om brood voor ons te bakken en geeft een lunchpakket mee. We beginnen te lopen. Nou ja, het lijkt meer op rennen. Oude Dursun is fitter dan ik dacht, hij loopt hard en ik heb het gevoel dat ik de hele tijd moet rennen om hem bij te houden. Hij is ook nog steeds de ongeleide projectiel die ik 3 jaar geleden leerde kennen: hij loopt soms alsof ik er niet ben en draait soms ineens naar me toe om me een vraag te stellen. Of die sukkels van een ouders van mij nog steeds gescheiden zijn. Ja dus. Nou die zou hij wel klappen willen geven als hij ze zou zien! Wat een oenen dat ze scheiden, dat doe je toch niet! Of ik getrouwd ben? Nee? Wat? Ik ben al 34? Dat had hij niet gedacht. Wat is er dan aan de hand? Ik vertel hem dat ik geen relatie heb omdat ik op dit moment niet van iemand houd. Ja liefde is wel belangrijk, zonder liefde geen relatie zegt hij. Hij rent verder. Ik hobbel achter hem aan met mijn te zware camera op mijn nieuw gekochte camerastang dat op mijn buik rust. Ik voel mijn armspieren en kuiten nu al en denk aan wat ik morgen zal voelen… Jammer dat dit allemaal research is denk ik soms, als hij me zulke vragen maar weer stelt over 2 weken als we echt filmen. Hij regisseert streng want beveelt mij soms te filmen als hij op een punt is waar hij iets wil vertellen. Maar ik vind het zo aandoenlijk.
We komen na een half uur aan bij een bruggetje over een stromend beekje (Derebasi betekent letterlijk begin van beekje) en precies daarachter staat een enorm groot maar vervallen en armoedig huis. Het ouderlijk huis van mijn tante Emine is nog het enige huis dat staat hier in het dorp. Een Turkse vrouw woont hier met haar zoon in armoede met wat koeien en kippen om van te leven. Ze komt ons begroeten en ik zeg haar dat ik haar de volgende dag kom opzoeken. Ze ziet er een beetje verwilderd uit, al lachen haar ogen lief en zegt ze dat ik op Elif lijk, de zus van mijn oma en haar vriendin vroeger.
We lopen verder en op veel plekken staat hij stil om te vertellen wiens huis daar ooit stond. Er is niets meer over van het dorp, enkel vervallen stenen hier en daar suggereren dat hier ooit een nederzetting was. Inmiddels zijn we al zeker anderhalf uur aan het rondrennen. Wanneer ik hem vragen stel antwoordt hij wel maar meestal met een lichtelijk geïrriteerde toon. Dat siert hem. Hoe was het leven hier? Hoezo hoe was het leven hier? Arm en moeilijk roept hij, ze hadden niets! Zo gaat het de hele tijd eigenlijk.
Op de plek waar het huis stond van mijn ooms en vader, het huis waar mijn tante Emine kwam wonen nadat ze trouwde met mijn oom Cemal, liggen alleen brokken steen hier en daar. Je ziet wel een beetje de muren waardoor je snapt hoe klein het was. (Helemaal als ik denk dat daar op een gegeven moment wel 10 man of zo woonden) Deze plek ontroert me toch weer. Als ik even stilsta en om me heen kijk besef ik me zo goed dat mijn vader hier is geboren en opgegroeid en dat hij hier op zo jonge leeftijd zijn ouders verloor. Hier waren hij en zijn broers kwajongens, hier kregen mijn tantes kinderen terwijl ze zelf nog kind waren, hier is alles begonnen. Hier liggen mijn roots.
Hier wil oude Dursun zitten en wat eten. Ik zie dat hij moe is. Hij gaat zitten op een steen en opent ons lunchpakket: vers brood, wat verse kaas en echte boter. Ik eet alleen wat brood omdat het alleen zo al heerlijk is. De kaas en roomboter smaken mij sowieso te sterk hier in de dorpen. Mijn ouders zouden een moord doen voor de verse zuivelproducten hier. Ik ruik alleen maar stal als ik het proef… Zittend op de grond en etend stel ik hem wat vragen over vroeger, over mijn oom en tante en over de liefde.
We lopen verder langs veel andere plekken waar nu geen huizen meer staan, hij noemt namen die ik niet ken of wel eens van heb gehoord van mensen die hier ooit hebben gewoond. Allemaal familie, echt allemaal. Het was een klein dorpje waar bijna alleen maar familie woonde. We klimmen verder een berg op. In de verte herken ik een begraafplaats. Het is zo vervallen dat je bij veel graven niet weet wie het zijn. Sommige graven hebben wel een duidelijke grafsteen maar de meeste niet. Een stukje rots markeert dan de plaats van een graf. Enkele jaren geleden was ik hier met mijn vader en broer en zus. Mijn vader kon de graven van zijn vader en moeder niet herkennen. Oude Dursun weet precies wie waar ligt.
Bovenop die berg op deze antieke begraafplaats gaat Dursun amca zitten bij het graf van mijn vader’s moeder en vader. Er steken op die plekken halve rotsachtige stenen uit de grond. Ik ben zo ontroerd als hij hardop roept: ‘tante Menekse en oom Yusuf, ik heb jullie kleindochter meegenomen die hier komt filmen!’ Dit lijkt wel surrealistisch bijna. Wij alleen op die oude begraafplaats bij het graf van mijn oma en opa die ik nooit heb gekend. Dan zingt hij een prachtig gebed die ik niet versta maar des te meer voel.
We lopen nog lang lang door en komen langs een dal die genoemd is naar mijn overgrootmoeder, langs stukken land die blijkbaar nog van mijn ooms en vader zijn, langs een jongeman op een ezel die het leuk vindt dat ik film, maar niets weegt nog op tegen dat bijzondere moment op de begraafplaats. In totaal bijna 4 uur lang gelopen en geklauterd maar ik ben helemaal hyper als we terugkomen in Gomme.
'GOMME' (mam, wat betekent dat eigenlijk?)
GOMME
Boven Alayli ligt het dorpje Gomme; iedereen die hier woont kent mijn oom en mijn tante (en mijn vader, moeder, oma en opa). Hier wonen ook 2 ooms van mijn tante. Maar de meeste verwachtingen heb ik van oude Dursun amca. Hij is de broer van 1ste vrouw van mijn oom Ahmet. Met die zus heeft mijn tante Emine dus in 1 huis gewoond toen ze net met mijn oom Cemal trouwde. Die vrouw overleed heel jong waarna mijn tante de zorg kreeg voor de 4 kinderen van mijn oom. Na de dood van die vrouw trouwde mijn oom Ahmet met de nog veel te jonge zusje van mijn tante Emine. Zo leefden lange tijd 2 broers (Ahmet en Cemal) met 2 zussen (Emine en Gülistan) en de veel jongere broertje Sahverdi (mijn vader). Plus vele vele kinderen.
Deze Dursun is een levend geschiedenisboek weet ik. Hij is een bijzondere man; hij heeft een zeer oude schrift waarin hij wijsheden heeft opgeschreven en waar anderen een boodschap in hebben geschreven. Zo ook mijn oom Cemal 30 jaar geleden. En deze oude Dursun heeft zich allerlei Alevitische gebeden eigen gemaakt en wordt bij begrafenissen of ceremonies uitgenodigd om gepaste gebeden voor te dragen. Ook weet ik nog dat hij een ongeleid projectiel is die heel grappig uit de hoek kan komen die om de zoveel tijd op zijn dijen kletst en ‘vay dünya vay’ roept (Ach wereld ach!). Echt een authentieke hoofd ook.
Als we aankomen in Gomme blijkt Dursun amca niet thuis en we gaan met zijn vrouw buiten zitten. Ze blijken tot over hun oren in het werk te zitten omdat een broer een huis aan het bouwen is. Alle arbeiders en hun vrouwen logeren bij hen. Hier overnachten en langzaam een band opbouwen en vragen stellen zit er niet echt in denk ik. Zijn vrouw heeft veel kwalen, blijkt zich niet veel te herinneren en is ook niet een vlotte prater. We maken tot oom Dursun komt een rondgang door het dorp en ontmoeten de oude buurvrouw (Bessik) van mijn oom en tante, hun nicht Zulfi en haar man en de 2 oude ooms van mijn tante Emine. Wat is iedereen oud geworden en ziek. Heel voorzichtig pols ik hier en daar of er nog anekdotes leven over mijn oom en tante. Maar dat valt best tegen. Op de een of andere manier is in dit dorp iedereen in een soort van survivalmodus alleen bezig met het hier en nu lijkt wel. Het leven is hier hard en ziekte heeft sommigen veranderd in vergeetachtige en in het leven teleurgestelde mensen. Op de een of andere manier krijg ik niet echt the vibe te pakken, maak ik niet echt de contact die ik wil (en wat in het vorige dorp zo natuurlijk ging) en ik besluit mijn opdracht maar even helemaal los te laten en te genieten van de omgeving en de gezichten. De doorleefde vermoeide maar ook zo bekende gezichten…
Als Dursun amca terugkomt kletsen we lang over andere dingen voor ik vertel wat mijn eigenlijke doel is van deze reis. Ik vertel hem dat ik de volgende dag graag wil terugkomen als hij mij mee wil nemen naar Derebasi om mij rond te leiden langs de plekken waar ooit huizen stonden, naar de vervallen begraafplaats wil meenemen om aan te wijzen waar mijn oma en opa liggen, de ouders van mijn oom Cemal en mij onderweg wil vertellen over vroeger. Hij snapt niet goed waarom maar stemt in. Hij leest uit zijn schrift voor. Mijn oma en oom zijn blij omdat ze in dit schrift de tekst vinden van een lied dat mijn opa altijd zong en die ze nergens konden terugvinden. Een lied dat eigenlijk bepleit dat God een verzinsel van de mens is. Bij gebrek aan een kopieermogelijkheden moet ik er foto’s van maken.
We besluiten niet in een huis in Gomme te blijven slapen maar terug te rijden naar Alayli waar we ons inmiddels erg thuis voelen. Onderweg vertel ik mijn oma en oom dat ik de volgende dag alleen wil gaan omdat ik denk dat ik dan zijn aandacht beter kan grijpen. Die nacht blijft mijn oma bij Hatun teyze slapen die ’s nachts bang is en ik speel OKAY (Turkse rummikub) met mijn oom, de heer des huizes Sükrü amca en zijn 24jarige dochter Hicran.
:-)

Fijn dat jullie allemaal meelezen. Wat een lieve reacties allemaal! BEDANKT!!!
Güzel yazilariniz icin cok cok tesekkürler! Duygulandirdiniz beni (Bol bol fotograf ekledim, siz de ordakileri gormüs olursunuz diye!)
liefs /sevgilerimle
Gülsah
ALAYLI
We rijden verder en ik kijk mijn ogen uit naar hoe mooi de omgeving is. Nooit eerder ben ik hier in de lente geweest. De paar keer dat ik hier was was altijd in de zomervakantie en alles hier droog, dor en goudgeel. Nu is alles groen en fris. En oogverblindend mooi. En er ligt nog sneeuw op de bergen! En hoe hoger we richting ons dorp rijden hoe kouder het wordt. IJzig koud in de schaduw, benauwend warm in de zon. De hele tijd omschakelen. We stoppen bij de plek waar het bordje staat met de afstand naar Derebasi en Alayli. Nu zijn we echt dichtbij!
We worden warm ontvangen in het dorpje Alayli door familie van mijn opa (moeders kant). In Alayli woont ook de mussaib (officieel gekozen zus, zij noemen het ook bloedzuster ) van mijn tante. Voor haar ben ik hier. Ze is zo oud als mijn tante. Haar man Hasan was de mussaib (gekozen broer) van mijn oom. Maar hij overleed een jaar geleden. De wond is dus nog heel vers. We komen binnen en Hatun teyze gekleed in zwart begint huilend haar ‘agit’ (klaagzang); ze zingt in het Koerdisch met af en toe wat woordjes Turks over haar grote leed. Hoe haar man overleed, wie hem onrecht aandeden, dat het leven nu geen zin meer heeft… Het gaat door merg en been. Ik film en huil tegelijk. Mijn oma probeert haar te sussen en vooral te relativeren (misschien wel mijn oma’s sterkste kant). Ik vraag me af wat beter is, het wegstoppen, relativeren en eroverheen stappen of zoals deze vrouw de pijn opvragen, het vermenigvuldigen, het uitschreeuwen, uitzingen en het echt toelaten. Dat eerste is wat ik doe omdat ik dat beter kan en omdat ik heb geleerd je pijn niet te veel te showen. Dat doe je niet. Maar ik kan nog altijd niet praten over mijn opa’s dood want verwerken doe ik blijkbaar ook niet echt…
Die nacht blijf ik bij haar slapen omdat ze vertelt hoe bang ze is ’s nachts alleen. Ze is zo bang dat al dagenlang haar zus ’s nachts bij haar komt slapen. Bang voor de onrustige geest van haar man of zoiets. De man van de zus baalt van deze situatie want hij slaapt al dagen alleen. Mijn oma en oom logeren bij hen. De zus kan eindelijk wat nachten bij haar man slapen omdat ik nu bij haar zus logeer ;-) ’s Nachts kletsen we wel 2 uur lang in het donker. Als 2 hartsvriendinnen. Zo lief. Ze praat en praat en praat. En zegt om de zin ‘canim benim’ tegen me, wat letterlijk ‘mijn leven’ betekent. En ik overdrijf niet, om de zin of soms wel 2 keer in 1 zin. Ik slaap heerlijk want schone bedden en berglucht. Wel is het hier heel vroeg opstaan. Letterlijk met de kippen (en geiten en koeien) op stok en er weer uit.
De volgende dag praten we over hoe ze mussaib werd van mijn tante, wat dat inhield, hoe de bruiloft van mijn oom en tante was en wat zij zich nog kan herinneren. Ze doet haar best mijn vragen te beantwoorden maar ze is ook snel afgeleid door haar eigen verdriet. Begrijpelijk. Mijn oma die die avond met de zus van deze vrouw op bezoek komt brengt wat vrolijkheid en er ontstaat een geweldige scene (net toen de camera niet draaide natuurlijk). Terwijl ik ze vraag over de bruiloft springt mijn oma ineens op en trekt de hoofddoek van ieders hoofd. De vrouwen liggen dubbel. Ze knoopt de hoofddoeken aan elkaar en doet voor hoe de bruid met gekleurde doeken op haar hoofd op een paard wordt begeleidt richting het ouderlijk huis van de man. Ze zingt onder de aan elkaar geknoopte hoofddoeken het verdrietige lied dat ondertussen werd gezongen. Ze doet ook de draf van het paard na. Ik zie mijn tante al als 16 jarige op het paard verlegen onder de gekleurde doeken vooruit dribbelen. De man (mijn oom dus) staat dan met zijn mussaib op het dak van het huis en gooit een appel naar zijn bruid vertelt ze. Ik lig ook dubbel als ik de vrouwen zie grinniken, ze vertellen dat zo’n appel per ongeluk ook best hard kan aankomen. En wat hoop ik ondertussen dat ik deze sfeer en dit verhaal net zo kan vangen straks als we wel draaien!!!
Saimbeyli en Ciftlik
Saimbeyli en Ciftlik
We vertrekken uit Adana met als eerste doel het wat grotere dorp Saimbeyli. Hier moeten we zoeken naar een man die bekend staat als ‘chauffeur Kemal' en zijn vrouw Hanim. Zij zijn oude dorpsgenoten van mijn oom en tante en ook van hun leeftijd. We gaan op weg zonder adres.
Onderweg naar Saimbeyli hebben we geen haast en genieten van de reis. We stoppen om gegrilde vis te eten bij een restaurant omringd door water waar de vis voor je neus wordt gevangen, we stoppen om ‘erik' te plukken (geen idee hoe dat in Nederland heet, een soort groene zure kleine pruimen) of om het uitzicht te bekijken. Ik kom echt in de sfeer...
In Saimbeyli vraagt mijn oma bij het eerste de beste winkeltje naar ‘chauffeur Kemal'. Ons wordt meteen de weg gewezen naarhet huis van ‘Slungel Kemal', zijn bijnaam is blijkbaar veranderd in de loop der jaren. We worden ontzettend hartelijk ontvangen door een magere wat stille man en zijn praatgrage gezellige mollige vrouw. Ze is ontroerd door onze komst. Elke keer als ze me aankijkt kletst ze op haar dijen en roept: ‘veeeey Elif Elif'. (‘Och Elif!) Mijn ogen lijken als 2 druppels water op die van mijn oma's te vroeg overleden zus Elif. En zij was de bloedzuster van deze vrouw. Een bloedzuster kies je voor het leven en die verbintenis wordt kenbaar gemaakt met een ceremonie wat doet denken aan een verloving. Mannen worden bloedbroers en hun vrouwen bloedzusters. Elke keer als ze me aankijkt zie ik haar verder smelten omdat ze aan haar bloedzuster moet denken. Dat zij zo vertederd is betekent dat ik alles mag vragen denk ik maar...
Ze kan niet heel veel vertellen over mijn oom en tante, veel is ze vergeten. Ze weet meer dingen te vertellen over mijn andere oom en tante (Ahmet en Gulistan). Maar wel kan ze vertellen over de liefde en ik hang aan haar lippen.
Ze werd uitgehuwelijkt aan haar slungel Kemal. Ze had hem nooit gezien (niet 1 keer) toen ze ging trouwen. Ze had geroepen dat ze niet wilde, ze huilde en huilde en riep tegen haar moeder: 'Neem jij hem dan als je zo graag wilt!' Ze was nog maar 14 en nog niet eens ongesteld zegt ze. De eerste jaren waren zwaar. Ze kwam inwonen bij zijn familie en wist helemaal niets. Niet wat liefde was en niet wat een huwelijk inhield. Hij was al verliefd op een ander maar zijn familie vond haar niet geschikt.
Het begin van hun huwelijk was zwaar, ze waren als vreemden. Maar nu? Haar ogen lichten op. Nu is ze verliefd op hem, ze kan geen dag zonder hem en houdt zielsveel van hem zegt ze. Hij glundert. Langzaam komt ook hij los. Hij draagt zelfs een gedicht voor die hij voor haar heeft geschreven. Wat een romantiek en geluk!!!
Voor we weggaan vraag ik hen of ik misschien -als het zo loopt- terug mag komen met een cameraploeg, al kan ik niets beloven. Ze drukt me op het hart dat dit voortaan ook mijn huis is en dat ik mag meenemen wie ik maar wil. En nog eens wat dieper praten over de liefde doet ze maar wat graag!
We rijden verder naar het kleine en groene dorpje ‘Ciftlik' wat letterlijk boerderij betekent. Helaas blijkt de vrouw voor wie we komen voor enkele weken naar de stad te zijn gegaan. Haar zoon Necati en zijn vrouw openen het huis en we krijgen eten, warme thee en frisse bedden. Herlijk want het is hier zo koud dat ik 2 paar sokken aan heb en een warme vest. Ik ben al bijna weer vergeten hoe warm en plakkerig Adana was...
De lente
We gaan naar ongeveer 8 verschillende plekken waarvan de meeste kleine dorpjes. Op elke plek een paar adressen. Eigenlijk weet ik nu al dat een paar mensen die echt heel dichtbij mijn oom en tante stonden helaas al zijn overleden. Zoals de vrouw bij wie mijn oom en tante stiekem eens afspraken in de schuur. Haar vertrouwde mijn tante veel toe. Haar dochter gaan we wel zien.
Dat ik niet weet wie we precies gaan treffen en wie welke herinneringen heeft maakt onze reis gevoelsmatig ook een echte zoektocht. Ik ga naar de plek waar mijn oom en tante zijn geboren, opgroeiden, elkaar hun ja-woord gaven en de eerste tijd van hun huwelijk in armoede leefden. Mijn oom noemt dit altijd zo mooi de lente van hun leven. Daarom zijn we hier nu in de lente. En daarom gaan we hier ook filmen in de lente.
Wat ik nu weet over hun lente? Dat mijn tante nog heel jong was toen ze trouwde, dat ze in kwam wonen bij de familie van haar man: zijn broer Ahmet met vrouw en 5 kinderen en zijn broer Sahverdi (mijn vader). Ze leefden met z'n allen in een huisje met 2 kleine kamers. Het was een soort verstandshuwelijk. Al gauw moest mijn tante ook voor de 5 kinderen van zijn broer Ahmet zorgen omdat zijn vrouw overleed. Maar mijn tante Emine was nog zo jong, een heel huishouden runnen was zwaar. Er werd een praktische oplossing bedacht: Oom Ahmet vroeg de hand van haar zusje Gulistan die nog 14 was. Het idee hier achter? Beter geen vreemde vrouw trouwen omdat ze allen samen leefden. Als haar zusje in het huis zou komen wonen zouden ze samen in harmonie leven en zouden er geen ruzies ontstaan tussen de 2 vrouwen van de broers. Zo zijn twee broers met twee zussen getrouwd. Uiteindelijk woonden ze misschien wel met 10 man in 2 kleine kamers.
Geen privacy, geen vrijheid, hard werken. Maar wel liefde? De liefde die nu zo groot is heeft hier zijn oorsprong. Ik ben benieuwd naar de mensen die ik ga ontmoeten en de verhalen die ik ga horen. Hopelijk veel anekdotes over mijn oom en tante. Maar ook de liefdesverhalen van de mensen zelf zijn interessant en tekenend voor deze plek en die tijd. En de omgeving zal spreken...